aan het woord

Buiten het systeem

Over verborgen jongeren

(c) Tessa Wiegerinck voor Avanti

Estelle Rillen studeerde onlangs af aan de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Hogeschool Inholland met een onderzoek dat zij voor Avanti uitvoerde onder verborgen jongeren: jongeren die niet meer naar school gaan, geen inkomen hebben en niet zichtbaar zijn voor de hulpverlening.

Er wonen ongeveer 26.000 jongeren in Almere in de leeftijd van 16 tot en met 27 jaar. Een deel daarvan is ‘verborgen’, wat betekent dat ze zonder startkwalificatie hun school hebben verlaten, geen inkomen hebben en niet zichtbaar zijn voor de hulpverlening. Ze gaan de illegaliteit in en dat maakt ze moeilijk te vinden, moeilijk te onderzoeken en bovendien moeilijk te helpen. Estelle Rillen kwam via een conferentie het onderwerp ‘verborgen jongeren’ op het spoor. Ze besloot haar afstudeeronderzoek te doen over de benadering van deze onzichtbare groep jongeren binnen de hulpverlening in Almere. Daarnaast blijkt ze ook persoonlijke ervaringen te hebben op dit vlak.

(c) Tessa Wiegerinck voor Avanti

'Het moet op twee fronten worden aangepakt, want het aantal schoolverlaters stijgt.’

‘Ja, de ervaring had ik al, alleen wist ik net als veel mensen niet dat er een benaming voor was, de term is nog vrij onbekend. Hoe meer ik er over las, hoe interessanter ik het vond, dus besloot ik er met mijn onderzoek dieper in te duiken.’ Een van de zaken die naar boven kwam in haar onderzoek is dat er in de literatuur over hulpverlening bij jongeren nog bijna niks te vinden is over het fenomeen. En ook de politiek lijkt zich niet hard te bekommeren om het onderwerp. Dat komt door een aantal redenen volgens Estelle: ‘Er is geen duidelijke verantwoordelijkheid, omdat iedereen er vooral indirect last van heeft. Ik wilde iemand van het UWV spreken, maar voor hun is het geen probleem, want waarom zou je mensen stimuleren om een uitkering aan te vragen? De gemeente wil natuurlijk niet dat jongeren vroegtijdig school verlaten, maar in principe vallen ze daarmee ook niet iemand lastig. Dus voor wie is het een probleem? Voor de samenleving in het groot, omdat er een verhoogde kans is op bijvoorbeeld criminaliteit. Bovendien zou de doelgroep wel eens veel geld kunnen gaan kosten. Geen van de instanties of partijen voelt verantwoordelijkheid om zich er heel druk mee bezig te houden. In Almere zijn ze al wel goed bezig met het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, ze moeten alleen niet de groep vergeten die al uitgevallen is. Het moet op twee fronten worden aangepakt, want het aantal schoolverlaters stijgt.’

Er zijn meerdere factoren die ervoor zorgen dat jongeren in de verborgenheid terecht komen, maar multiproblematiek lijkt een belangrijke factor: ‘Dat betekent dat ze uit een situatie komen waar veel complexe zaken tegelijk spelen. Veelal worden de problemen niet ingezien of genegeerd en weten ze niet waar ze de juiste hulp kunnen vinden. Stel je hebt een gezin waarbij de moeder in de schulden zit, de vader een alcoholprobleem heeft en hun dochter net een kind heeft gekregen. Het is extreem, maar het komt voor, en de interactie van die problemen onderling kunnen ervoor zorgen dat binnen zo’n gezin veel andere zaken ook nog misgaan. Als je die dochter zou helpen en haar kind ook, moet je niet vergeten dat ze deel uitmaakt van een groter systeem, en dat je eigenlijk alle problemen aan zou moeten pakken om structureel iets op te kunnen lossen.’

'Als ze bij een eerste poging niet de juiste hulp vinden geven ze het vaak gewoon op.'

Dat het vinden van de juiste hulp lastig kan zijn ondervond Estelle zelf: ‘Ik had niet te maken met een verzameling van problemen, maar liep wel ergens tegenaan en merkte daarbij al hoe lastig het kan zijn om de juiste hulp te vinden. Via de huisarts werd ik doorverwezen naar hulpverleners en die stuurden me door naar een integraal team waar ik de juiste hulp vond. Dat was een relatief lange weg, en ik kan me voorstellen dat als je niet de kennis hebt die ik door mijn studie al had, je niet naar een huisarts stapt en dus op de verkeerde plek uitkomt. Uit interviews die ik met verborgen jongeren en ex-verborgen jongeren heb gedaan blijkt dat als ze bij een eerste poging niet de juiste hulp vinden, ze het vaak gewoon opgeven.’

Voor ze het onderwerp ontdekte en haar onderzoek deed, kreeg ze al te maken met een verborgen jongere: ‘In mijn heel directe omgeving was een jongen van 15. Het ging niet goed met hem op school en de problemen werden bij anderen gezocht. Uiteindelijk is hij van school gestuurd en niet meer teruggegaan. Vanwege het wantrouwen tegen het “systeem” wilde de jongen ook geen uitkering aanvragen en is hij uiteindelijk in de lichte criminaliteit beland.’ Estelle probeerde te helpen door hem een tijdje in huis te nemen en merkte toen dat er meer aan de hand was binnen het gezin waar hij uit kwam: ‘Dat waren geen dingen die ik zou kunnen oplossen. Ik kon hem natuurlijk niet verplichten om contact op te nemen met bijvoorbeeld schuldhulp als hij zelf niet wilde inzien dat er iets misging met de financiën.’ De jongen woonde zo’n drie maanden bij Estelle: ‘In het begin ging dat heel goed, maar na een tijdje blijkt dat zo iemand veel meer nodig heeft dan alleen een dak boven het hoofd of iemand om mee te praten. Er moet iemand zijn om hem aan de hand mee te nemen, om samen te kijken naar wat er niet goed gaat, maar vooral ook naar wat er wél goed gaat. Die tijd had ik helaas zelf niet. Uiteindelijk is hij terug naar huis gegaan, maar uit de antwoorden die ik tijdens mijn onderzoek kreeg bleek dat er ook veel jongeren zijn die dan door gaan naar een volgend tijdelijk adres. Er zijn in Almere een beperkt aantal plaatsen voor begeleid wonen en die zitten al vrij vol, dus daar kunnen ze ook niet altijd terecht.’

(c) Tessa Wiegerinck voor Avanti

De ervaring en kennis die Estelle met haar onderzoek en door haar eigen ervaring heeft opgedaan, heeft een duidelijke invloed op haar persoonlijk: ‘Alles wat met het maatschappelijk werk te maken heeft, heeft een impact op mijn manier van opvoeden. Ik ben een stuk alerter, let overal op. Toen ik bijvoorbeeld het idee had dat mijn zoontje wat achterliep op de rest heb ik meteen aan de bel getrokken. Veel ouders doen dat niet, misschien uit schaamte, dat is jammer.’