aan het woord
Cor Toorenburg: verbinder van Almere
‘We kijken teveel naar elkaar en te weinig naar wat we hebben’
In een tijd waarin mensen lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan, gaat Cor Toorenburg door met zijn missie: verbinden. Waar de stad soms kraakt onder polarisatie, bouwt hij geduldig bruggen. Met programma’s voor iedereen, met gesprekken, met een hand op een schouder. ‘Als je écht naar elkaar luistert, gebeurt er altijd iets moois.’
Jong, oud, nieuwkomer of geboren Almeerder: Cor geeft iedereen ruimte. Sinds 2014 is hij vrijwilliger bij Omroep Almere en als voorzitter betrokken bij programma’s die de diversiteit van de stad laten zien. ‘We maken speciale programma’s voor allerlei soorten mensen,’ zegt hij. ‘Gewone mensen, met gewone zorgen. Als je elkaar begrijpt, kun je dingen oplossen.’
De sleutel, volgens hem, is taal. Daarom helpt hij nieuwkomers bij het maken van programma’s in hun eigen taal, mét Nederlandse ondertiteling. Momenteel begeleidt hij een groep Afghaanse vrouwen die in het Farsi video’s maken, compleet met muziek. ‘Veel van die vrouwen komen bijna het huis niet uit. Maar via hun telefoon hebben ze wel de wereld. Dus zorgen we dat ze daar de informatie krijgen die ze nodig hebben.’
De filmpjes zijn praktisch, informatief en toegankelijk: waar kun je goedkoop boodschappen doen, hoe werkt zorg in Nederland, waar kun je hulp vragen? Cor maakt soortgelijke programma’s voor verschillende doelgroepen, van nieuwkomers tot mensen met een beperking of Almeerders met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook voor (en door) Oekraïners maakt hij programma’s, volledig in hun taal. ‘Dat is de taal waar ze zich het best in kunnen uitdrukken en die de meeste mensen bereikt,’ zegt hij, met als doel hoop te brengen op bange dagen.
De zingende kelner
Als jongen stond hij al bekend als ‘de zingende kelner’. Later trad hij op als zanger op cruiseboten en vakantieparken, en in verzorgingshuizen en bij mensen met een beperking. Niet voor roem, maar om mensen een goed gevoel te geven. Momenteel zingt hij nog tijdens Avanti-evenementen voor nieuwkomers, Oekraïners bijvoorbeeld. ‘Een beetje plezier en afleiding geven. Hun land wordt platgebombardeerd, verschrikkelijk. Ik doe mijn best om een klein beetje iets te geven. Mensen even een beetje gezelligheid geven, dat is wat ik kan. En dat werkt altijd.’
Het is die mentaliteit die hem overeind houdt in een verharde tijd. Want Cor ziet wat er gebeurt: het wij-zij-denken, de discussies vol wantrouwen, de frustratie die mensen op elkaar projecteren. ‘Er lijkt wel een oorlog te bestaan: jij tegen wij. Maar als je met iemand een broodje gaat eten, haal je in dat uur zóveel misverstanden weg.’ Polarisatie, zegt Cor, vindt z’n voedingsbodem in misinformatie, angst en gemakzucht. Hij kan er fel tegenin gaan, ook online. Niet vanuit boosheid, maar omdat hij het belangrijk vindt dat feiten blijven tellen. ‘Ik zeg altijd: al die gasten die lopen te schreeuwen over buitenlanders… ’s avonds stappen ze een pizzeria binnen, eten ze kebab of saté. Dat is óók Nederland. Dat hebben die mensen meegenomen. Daar hoor je ze niet over.’
Persoonlijke frustraties
Cor komt zelf uit de Haagse Schilderswijk. Hij werd in 1954 geboren in een typisch arbeidersgezin: zijn vader was handelaar en zijn moeder zorgde voor het gezin. Als kind had hij geen dure spullen, slechts wat knikkers en krijtjes. Hooguit op voetbal, verder gewoon buitenspelen.
Ongelijkheid was er altijd al. ‘Op 4 januari timmerden ze bij ons de winkels uit voorzorg voorzicht dicht, omdat op 6 januari steevast de pleuris uitbrak. Waarom altijd op die datum weet ik niet maar er waren dan ontevreden jongeren die in opstand kwamen. En ik kan je vertellen: toen woonde er nog geen enkele Marokkaan.’
Hij ziet hoe snel groepen elkaar de schuld geven, terwijl de oorzaken vaak elders liggen. ‘De woningnood komt niet door nieuwkomers, maar door beleid. Woningbouwverenigingen moesten ineens marktpartijen worden, belastingen betalen, woningen verkopen. Toen begonnen de problemen. De statistieken laten zien dat er helemaal niet méér mensen hierheen komen dan voorheen. We kunnen ze alleen niet huisvesten.’
Vooral online projecteren mensen hun frustraties op anderen. Als hij reageert, gaat hij het gesprek niet uit de weg. ‘Vaak zeggen mensen: niet doen, Cor. Maar ik kan soms acht berichten doorgaan. Ik vraag gewoon: hoe komt dat dan? En wat moet er volgens jou gebeuren? Vaak hebben ze geen antwoord. Ze lullen zichzelf klem en beginnen te schelden. Dan zeg ik slechts: wat ben je grof in de mond, joh.’
Geleerd in de Bijlmergevangenis
Voor de programmamaker is het belangrijk dat mensen behandeld blijven worden als mens, als gelijkwaardige. Dat principe leerde hij in zijn jaren bij het gevangeniswezen, toen hij in de Bijlmerbajes werkte. ‘Zware criminelen, maar als je ze behandelt als een mens, kun je met iedereen praten. Wij hoefden ze nooit te boeien als we ze naar hun bezoek begeleidden.’
Hij vertelt hoe het systeem is veranderd: meer mensen in een cel, meer uren op de kamer, protocollen die menselijkheid verdringen. ‘Vroeger was het: we nemen vijf jaar van je vrije tijd af. Nu nemen we vijf jaar je mens-zijn af. Dat klopt niet.’
Ook bij de LHBTQ+-gemeenschap voelt hij zich betrokken. Een van de vrijwilligers die hij kende als man, transitioneerde naar vrouw. Onlangs nam hij haar mee naar de Kunstlinie, naar een expositie over seksuele diversiteit in het dierenrijk. Verschillende seksuele voorkeuren, het niet hebben van seks, geslachtsveranderingen: het komt allemaal voor in de natuur. ‘Dat vond ze heel bijzonder. En ik ook.’
Iets voor elkaar betekenen vindt Cor heel belangrijk, en illustreert dat met een voorbeeld over een man die ook voor Omroep Almere werkt. ‘Die lag 3,5 jaar in coma, veertien jaar geleden. Nu loopt hij blij binnen en zegt iedere dag: ‘Weer wat geleerd!’ Dat vind ik zo mooi.’
Gras is altijd groener
Toch maakt Cor zich geen illusies. De wereld is sneller en harder geworden, en de polarisatie en intolerantie nemen toe. Dat ziet hij ook in zijn omgeving, bijvoorbeeld toen hij een item maakte over de uitbreiding van de TBS-kliniek, waar de meeste bewoners tegen waren. Cor vroeg door. Waarom waren ze er zo op tegen? Toen bleek dat ze bang waren voor ontsnapping van TBS-ers. ‘Maar dat doen ze nu ook niet,’ zegt Cor. ‘Waarom dadelijk dan wel?’
Persoonlijk denkt hij dat de frustratie en boosheid bij veel mensen voortkomt uit ontevredenheid. Ze kijken naar elkaars bezit, vergelijken en voelen zich benadeeld. ‘Het gras is altijd groener bij de buurman, en je eigen gras is nooit goed genoeg,’ zegt hij. ‘We kijken te veel naar elkaar en te weinig naar wat we hebben. En het bijzondere is dat die buurman exact hetzelfde gevoel heeft bij jou.’
Toch blijft hij optimistisch. Eén gesprek, één lied of één filmpje in iemands eigen taal kan al verschil maken. Zijn tip: blijf met elkaar in gesprek. ‘Eet dat broodje samen. Dan komt de rest vanzelf.’
Want, besluit hij, in dat ene uur kan zóveel wegvallen.