aan het woord

Het huis waar vrouwen elkaar vonden

Oud-bestuurslid Zwany de Vos vertelt over de eerste jaren van Avanti.

Wie vandaag door Almere Haven wandelt, ziet niets meer van het oude pand aan de Kerkgracht. Daar waar ooit het vrouwencentrum Avanti huisde, staan nu appartementen. Alleen in de herinneringen van oud-bestuurslid Zwany de Vos zingt nog het geluid van vrouwenstemmen door de gangen—Turks, Nederlands, Berbers, Surinaams. “Het was een thuis,” zegt Zwany. “Een plek waar je binnenkwam voor koffie, maar bleef voor een gesprek, een luisterend oor, of om even adem te halen.” Aan de thee in haar appartement met uitzicht op het Weerwater haalt ze herinneringen op aan de begintijd van Avanti.

Avanti begon in een tijd dat ‘allochtoon’ nog een gangbaar woord was en emancipatie iets was wat met vergaderingen, pamfletten en borduurkleden werd bevochten. Lida Dijkman en Cis Weber, beiden verbonden aan welzijnsorganisatie De Schoor, waren de eerste beheerders van het centrum en een “gouden duo”, volgens Zwany. Ze waren sociaal-cultureel werkers, maar bovenal vrouwen met een missie: een plek creëren waar vrouwen hun stem konden laten horen—ongeacht achtergrond, opleiding of thuissituatie.

(c) Masha Osipova voor Avanti

Het pand was een schot in de roos. Niet per se omdat het mooi was, maar omdat het groot was. Een ruime benedenzaal met bar waar altijd koffie stond te pruttelen, een keuken waar de geur van linzensoep en Surinaamse roti steevast bleef hangen, een trap naar boven met zaaltjes waar yogagroepen, discussiebijeenkomsten en borduurclubs elkaar afwisselden. “En er werd elke dag iets georganiseerd,” vertelt Zwany. “Van yoga tot juridische hulp, van het Alomtonenkoor tot een praatgroep over opvoeding. Altijd liep er wel iemand rond.”

Dat koor, het Alomtonenkoor, groeide uit tot een soort kloppend hart van Avanti. Onder leiding van Erna Eugster zongen vrouwen liederen in alle talen —Arabisch, Spaans, Jiddisch, Nederlands. Ze repeteerden wekelijks, traden op bij festivals en vieringen, en brachten iets teweeg dat geen beleidsnota kon bewoorden: verbondenheid.

Wat Zwany mooi vond was dat Avanti ook meer was dan een buurthuis, meer dan alleen zang en samenzijn. Het was ook strijd. Voor vrouwenrechten, voor veiligheid, voor waardigheid. Want in dat pand werd ook gesproken over mishandeling thuis, over scheiding, over de angst om door je man gezien te worden bij een bijeenkomst. Praatgroepen kregen namen die niets verraadden, zodat niemand vragen zou stellen. Er was juridische ondersteuning, eigen kracht-conferenties avant la lettre, en jaarlijks werd in Almere de emancipatieprijs uitgereikt.

Een typische dag

Woensdag was zo’n typische Avanti-dag. Rond negenen kwamen de eerste vrijwilligers binnen. Een Turks-Nederlandse vrijwilliger die de deur opentrok met haar eigen sleutel. Twee andere vrijwilligers met boodschappentassen vol koekjes. Ze zetten koffie, legden suikerklontjes in een schaaltje en zetten de radio zacht aan. Niet als achtergrondmuziek, maar als gezelschap.

Dan druppelden de groepen binnen. Eerst de borduurclub. Almeerse vrouwen uit Marokko, Suriname en Amsterdam. Stoffen worden uitgerold op lange tafels, kleuren besproken, patronen vergeleken. Ondertussen wordt er gepraat — over kinderen, schoonmoeders, heimwee, de dreiging van een scheiding. Als de taal tekortschiet, helpt een buurvrouw met vertalen.

(c) Masha Osipova voor Avanti

Op hetzelfde moment wordt in de grote zaal beneden yoga gegeven — vrouwen alleen, want voor sommigen thuis was dat een voorwaarde. “Mijn man mag niet weten dat er mannen zijn,” zei een vrouw ooit tegen Zwany. Die veiligheid — dát je ergens kon zijn zonder bekeken te worden — was voor veel vrouwen de reden om te komen.

Tegen de middag kwam het geluid van boven: het Alomtonenkoor. Een mengsel van alt, sopraan en Arabische melodieën. Almeerse vrouwen uit Chili, Turkije en Irak zongen liederen die geen van allen dezelfde taal deelden, maar wel hetzelfde tempo van verlangen.

’s Avonds eten de vrijwilligers samen aan de houten tafel in de keuken. Geen broodtrommels, maar dampende pannen. Surinaamse roti, Marokkaanse linzensoep, stamppot of wat er maar over was van gisterenavond. Iedereen schoof aan: bestuursleden, vrouwen van de schoonmaak, iemand van de rechtswinkel die even kwam koffie halen.

(c) Masha Osipova voor Avanti

Op zo’n dag kan alles gebeuren: eettafels waar vrouwen koken voor ouderen uit de buurt. Kinderen die leren bakken in kleine kookclubjes. Over vrijwilligers achter de bar, vaste gezichten, mensen uit Haven die elkaar elke week zagen.

Hoe het pand verdween

Financieel was het wel fragiel. De huur van het pand bedroeg bijna een ton per jaar. De gemeentelijke subsidie: 150.000 euro. “Dat rekent iedereen uit,” zegt Zwany. “Personeel, gas, licht, koffiebonen: er bleef weinig over. We hadden altijd het gevoel dat het nét kon. Tot de gemeente begon te duwen naar een andere koers.” Die gemeente wilde meer debat, meer ‘maatschappelijke relevantie’. Minder theetafels, meer publieke gesprekken. En ergens snapte Zwany dat ook. Almere werd groter, professioneler. Subsidiegeld moest uitgelegd worden. Maar ondertussen veranderde er iets subtieler: Avanti werd minder huis en meer instituut.

Het pand werd onhoudbaar. Avanti verhuisde eerst naar Kunstlinie en toen naar de Voetnoot, onzichtbaar achter deuren en gangen. Later naar Casa Casla, meer centraal, maar zonder vaste inloopfunctie. En dat is wat Zwany bij het Avanti van nu mist: “Dat je elke dag open bent. Dat er een bekende achter de bar staat. Dat iemand gewoon binnen kan wandelen zonder afspraak. Dat mis ik.”

(c) Masha Osipova voor Avanti

Tegenwoordig organiseert Avanti debatten, talkshows, gesprekken over diversiteit en inclusie. Belangrijk werk, vindt Zwany, maar toch. “Het is nu meer voor hoger opgeleiden. Vroeger kwamen vrouwen die nauwelijks Nederlands spraken, maar wel wilden leren. Die kwamen voor een praatgroep, voor yoga waar geen mannen mochten komen, omdat dat thuis niet mocht. Die vrouwen mis ik.” 

“Als ik één ding terug mocht halen,” zegt Zwany, “dan was het de sleutel van de voordeur. Dat je gewoon weer open kan doen. Zonder programma, zonder aanmelding. Alleen een tafel, koffie, en tijd.” Want ziel zat in het pand volgens Zwany. “Niet omdat stenen heilig zijn, maar omdat mensen elkaar daar vonden. Je was geen cliënt, geen dossier, maar gewoon iemand die binnenkwam.”

En toch verandert niet alles. De naam is gebleven. De drang ook—om ruimte te maken voor stemmen die anders niet gehoord worden.

Wil je meer weten van 25 jaar Avanti? Vier het 25-jarig bestaan met ons mee op 27 november!

Kom naar de nóg grotere jubileumshow!