aan het woord
Van schaamte naar trots
Het verhaal achter babi pangang
Wat begon als het idee voor een korte documentaire over de geschiedenis van babi pangang, groeide uit tot een uitgebreide film over migratie, schaamte, trots en familie. Tien jaar lang werkte documentairemaker Julie Ng, dochter van het Chinees-Indische restaurant Golden House in Rozenburg, aan Meer dan babi pangang. ‘Het was een lange therapiesessie.’
De documentaire begint met een schrijnende constatering: het Chinees-Indisch restaurant zoals wij dat kennen, dreigt uit te sterven. Op papier zijn er al 86 verdwenen, in werkelijkheid zijn dat er waarschijnlijk wel vijfhonderd. We zien Julie Ng en haar vader in Golden House. Koken, serveren, zeven dagen per week: dat was het leven van haar ouders. En van hun kinderen. Slapen onder de afhaaltoonbank, omdat er geen oppas was. Speelgoed bestond uit zakjes kroepoek en zakjes sambal.
Babi pangang. Duizenden keren maakte haar vader het, het gerecht waar Nederlanders zo dol op zijn. Zelf aten ze het niet. ‘Mijn vader zei: dat is niet lekker, dat is voor de Hollanders.’ En zo bleef het: babi pangang was iets voor de ander.
‘Ons leven bestond uit eten dat niet voor onszelf werd opgediend,’ zegt ze in de documentaire.
Een gerecht voor Hollanders, gemaakt door Chinezen maar met een Indonesische naam – hoe kan dat? De documentaire begon met de wens om dat gerecht te begrijpen, maar werd al snel veel meer, vertelt Julie Ng aan moderator Lin An Phoa. Tijdens het onderzoeken van de geschiedenis van Chinezen in Nederland stuitte ze op een enorme beerput. ‘Chinese migranten werden op zeer racistische wijze behandeld. Ik schrok ervan en dacht: hier moet een film over worden gemaakt.’
Lin An Phoa vertelt vervolgens over haar eigen ervaringen als iemand met Chinees-Indonesische roots. Veel vrienden van haar groeiden ook op in restaurants en herkennen het verhaal. Ook in de schaamte, het racisme en het gepest van klasgenoten.
Julie: ‘Ik voelde me er altijd heel alleen in omdat er niet over werd gesproken.’ Wat haar hoop geeft, is de herkenning bij kijkers. ‘Het voelde heel eenzaam, maar mensen in de film hebben hetzelfde meegemaakt. Dat geeft me steun. De nieuwe generatie wordt steeds mondiger en daar ben ik blij om.’
Het doel van de film is om de Chinese gemeenschap opnieuw te introduceren, voorbij stereotypen en clichés. In de documentaire reist Julie door Nederland, spreekt ze met experts en kenners , bezoekt ze haar moeder in Hongkong en gaat ze met haar vader naar zijn oude huis. Ook doet ze mee aan een workshop babi pangang maken, zonder het zelf te proeven.
In Meer dan babi pangang legt onderzoeker Jasper uit wat de symbolische betekenis is van lampionnen, de kleuren rood en goud en de aquaria die het interieur van Chinees-Indische restaurants zo kenmerken. Lin An Phoa vond het ‘lastig’ dat hij degene was die dit verhaal vertelde. ‘Omdat het een witte man is die het vertelt,’ zegt ze.
Julie Ng legt uit dat Jasper onderzoek heeft gedaan naar de diepere laag achter deze symboliek. ‘Voor mij gaat het er puur om wie die kennis heeft. Dan maakt het niet uit of het een witte, zwarte of Chinese man is. Jasper heeft zoveel passie en kennis over dit onderwerp. Hij kan er beter over vertellen dan ik.’
Het gesprek hierover blijft gaande. ‘Ik merk dat ik deze vraag best lastig vind. Met deze film zoek ik juist de verbinding. Vergeet niet dat de meerderheid van de klanten van mijn vaders restaurant witte Nederlanders waren, die ook een bepaald beeld hadden van die aquaria en lampionnen. Dan vind ik het niet zo gek dat een witte Nederlander dat komt uitleggen.’
Een vrouw in het publiek, zelf getrouwd met een Chinese man, geeft aan dat de nadruk op afkomst haar ook licht tegen de borst stuit.
Restaurant Golden House is inmiddels verdwenen, net als het restaurant dat haar ouders daarvoor hadden. Haar vader probeerde het nog te verkopen, maar niemand wilde het overnemen. Inmiddels heeft Julies vader er appartementen in gerealiseerd. Dat met het verlies van het restaurant een stuk erfgoed en cultuur verloren ging, doet de maker verdriet.
Tijdens het maken van de documentaire gingen haar gevoelens alle kanten op, maar uiteindelijk ontstond er een duidelijke richting: van schaamte naar een strijd voor erkenning en erfgoed. En daarmee kwam ook de trots. ‘Trots op hoe mijn ouders alles hebben opgegeven om ons, hun kinderen, een betere toekomst te geven. In een land waar ze de cultuur niet kenden en de taal niet spraken. Daar ben ik heel dankbaar voor.’
Haar onderzoek leidde uiteindelijk tot de oprichting van Stichting Meer dan Babi Pangang, een platform waar verschillende Aziatische gemeenschappen in Nederland op een positieve en creatieve manier centraal staan. Mede door deze stichting is de Chinees-Indische restaurantcultuur in 2020 opgenomen in de Inventaris Immaterieel Erfgoed. Op de vraag of babi pangang daar ook in staat, lacht ze: ‘Uiteraard.’
Indrukwekkende scènes zijn ook de gesprekken met haar vader, met name het eindgesprek, waarin hij zichtbaar emotioneel wordt.
Iemand in het publiek vraagt of ze hem om toestemming had gevraagd voor het uitzenden van deze beelden. ‘Don’t ask for permission, but for forgiveness later,’ was de gedachte. Uiteindelijk bleek die vergiffenis niet nodig: de docu heeft hun band alleen maar versterkt. ‘We begrijpen elkaar nu ook beter.’
Na de première maakte haar vader er een grapje over: ‘Aangezien ik zo’n grote rol speel in de film, krijg ik daar ook voor betaald?’
Dan blijft de vraag die op ieders lippen ligt: hoe zit het nou met babi pangang? Hebben Julie en haar vader dat ooit gegeten? ‘Nee, nog steeds niet,’ zegt de documentairemaker.
Op de vraag waarom, denkt ze dat het komt doordat het nooit de droom van haar vader was om een restaurant te beginnen: het was puur om geld te verdienen. ‘Uiteindelijk was het om te overleven.’ Zelf heeft ze het ook nooit gegeten, omdat er, ondanks haar nieuwe perspectief, door discriminatie en eerdere pesterijen nog altijd een negatieve lading aan kleeft.
Het is moeilijk voor te stellen dat Julie aanvankelijk niet zelf in de film wilde voorkomen, want juist haar persoonlijke verhaal zorgt voor herkenning. Ze ging uiteindelijk akkoord, en dat maakt de documentaire des te krachtiger: een gelaagd en persoonlijk document, waarin geschiedenis en identiteit samenkomen.
Het gesprek met Lin An Phoa eindigt met haar woorden: ‘Ik ben eindelijk trots op mijn Chinese roots, en ik ben blij dat ik niet meer hoef te kiezen tussen culturen.’