aan het woord

Wildplukken in de polder

Lekkers uit de Almeerse achtertuin

(c) Masha Osipova voor Avanti

Arjan Dekking woont in Almere, is een verwoed wildplukker en hij brengt voor Wageningen University de Almeerse stadslandbouw in kaart. ‘Actie-onderzoeker’ noemt hij dat zelf.

Wat eet jij uit de Almeerse achtertuin?

Er is zo ontzettend veel! Zullen we anders even het jaar rond kijken? In april kun je daslook en zevenblad oogsten, die zijn lekker in pesto’s. In mei bloeien de paardenbloemen en de vlier. Van paardenbloemen kun je een gelei maken, armeluishoning wordt die genoemd. Van de bloesem van de vlier maak je heerlijke siroop. In juni zijn de zoete kersen rijp. Die heb je nooit voor jezelf alleen, want vogels zijn er ook dol op. Er hangt vaak een wolk dronken spreeuwen boven de bomen. De bramentijd begint in juli, daarna kun je ook allerlei andere bessen plukken. In het najaar zijn er de noten, en wie durft kan ook op paddenstoelenjacht. Ik doe dat wildplukken als hobby, maar we hebben nu ook een collectief, Almeerse Weelde. Geïnteresseerden kunnen met ons mee.

(c) Masha Osipova voor Avanti

Wat vind je zo waardevol aan dat wildplukken?

Ik hou ervan om buiten te zijn, natuurlijk. Maar het is ook een heel leuke manier om met verschillende soorten mensen in contact te komen. Dit is niet een hobby die bij één bepaalde bevolkingsgroep aanslaat. Het kan eigenlijk ook een manier zijn om een band te krijgen met Almere. De stad is opgezet met meerdere kernen met grote groenstroken ertussen. Almere mist een duidelijke identiteit. Maar die groenstroken zijn wel heel eigen. En als je eet wat je in je eigen stad gevonden hebt, voel je je er ook meer verbonden mee. Het maakt mensen trots op Almere.

(c) Masha Osipova voor Avanti

Voor de Wageningen Universiteit onderzoek je ook hoe mensen in Almere zelf voor hun eigen eten zorgen. Je hebt bijvoorbeeld gekeken wat de economische impact kan zijn. Heb je voorbeelden?

Een grappig weetje: Almere zou op het gebied van walnoten zelfvoorzienend kunnen zijn. De productie in onze stad overstijgt de vraag.
We moeten realistisch zijn. Met stadslandbouw of wildpluk zijn in Almere geen miljoenen te verdienen. Maar er zijn wel al een aantal voorbeelden van succesvolle kleine ondernemingen die dit soort eten als basis hebben. Zo is er bijvoorbeeld een bakker die zulke lokale producten gebruikt. En we zijn bezig met het versterken van ons collectief Almeerse Weelde. In samenwerking met bijvoorbeeld Almeerse imkers en bierbrouwers, en met de Stadsboerderij, willen we wat we plukken ook echt aan de consument gaan aanbieden. Nu doen we dat alleen met een kraampje op de boerenmarkt. Lokaal eten stond al langer in de belangstelling, het was al een tijdje hip. Dat is in coronatijd alleen maar versterkt. ‘Support your locals’. Dit sluit daar goed bij aan.

(c) Masha Osipova voor Avanti

Waarom is dat ‘eten uit de achtertuin’ tegenwoordig zo populair?

Het fenomeen is natuurlijk niet nieuw. Vroeger deed iedereen het als de kans zich voordeed, noodgedwongen. Maar door toegenomen welvaart en de verstedelijking is het de afgelopen decennia minder gewoon geworden. Mensen hebben daardoor ook minder besef waar hun eten vandaan komt. Dit is een manier om ook stadsbewoners weer bij hun eten te betrekken. Vandaar ook projecten als ‘de eetbare stad’- je ziet in Almere dat beheerders van natuurgebieden vaker voor eetbare bomen of planten kiezen. Dat is dus beleid.

Je ziet ondertussen ook dan mensen die nieuw in Nederland zijn, vaak uit een cultuur komen waarin eten uit je achtertuin nog veel vanzelfsprekender is. Zij gaan daar dus ook in Almere naar op zoek. Verder past het natuurlijk in een algemeen duurzaamheidsdenken. Korte ketens, weinig vervoerskilometers, geen massa-productie. Dat zien mensen graag in hun eten terug. Grote acties, zoals de moestuintjes van Albert Heijn, spelen daar ook op in. Het is bovendien een goede manier om de kinderen al mee te krijgen in het verbouwen van een deel van hun eigen voedsel.

(c) Masha Osipova voor Avanti

Zijn er eigenlijk ook nadelen?

Onze stadsecoloog benadrukt steeds dat te veel plukken of wegnemen leidt tot verschraling en dus tot schade aan de leefomgeving. Daar heeft hij uiteraard gelijk in: alles moet natuurlijk met mate. Maar bij het zelf verbouwen van groente, fruit of kruiden in de eigen tuin of op het balkon, kan ik geen enkele nadeel verzinnen.

Almeerse Weelde